Er zijn veel dingen die ik nog nooit gedaan had tot een paar weken geleden: skydiven, bergbeklimmen, kamperen in de Australische bush of een volledige tomaat opeten (gooor). Vandaag kan ik met trots zeggen dat ik toch al één ding van dat lijstje mag schrappen; namelijk dat van die tomaat. Just kidding – dat zou echt wel heel triest zijn (alsook vind ik tomaten nog steeds goor). Skydiven is het voorlopig ook nog niet – al zit dat er wel nog aan te komen – en die paar bergjes die ik hier al overwonnen heb, zijn moeilijk Mount Everest te noemen. Nee, ik, arachnofoob tot de duizendste en germaphobe tot de miljoenste, heb met pak en zak iets meer dan 45 km gewandeld en gekampeerd onder de Australische sterrenhemel. Ik heb vuur gemaakt en bonen uit blik gegeten. Ik heb kangoeroes gezien en meertjes overgestoken op mijn blote voeten. Oh, en ik heb gespoond met mijn Nederlands kampeergenootje, want de eerste nacht vroren mijn tits er bijna af.

Laat dat laatste stukje informatie een les zijn, mijn liefste mede-Europeanen. Our whole lives were a lie. Het wordt wel degelijk koud in Australië – en met koud bedoel ik natuurlijk een zeer aangename 20 graden. Ik voel mij hier vaak een bipolar polar bear: thuis zou ik bij 20 graden een gat in de lucht springen en terrasjes doen, en nu zit ik binnen met een dikke trui en een lekkere chai latte te klagen over hoe het ‘toch slecht weer is hey’. Op andere momenten zweet ik mij dan weer kapot bij 18 graden en zon en haal ik honderd ijsjes bij Messina. Ik weet het niet meer. Ik heb het warm, maar ik het het ook koud. Gelukkig is één van mijn vele talenten ook ijs eten als het koud is en warme chocomelk drinken als het warm is, dus dat is toch al één zorg minder.

Back into the woods nu. Op vrijdagochtend spraken we af in het station om de trein naar Katoomba te nemen, om vanaf daar onze trek te starten. Mijn kampeergenootje echter vond het een fantastisch idee om haar telefoon al uit te schakelen nog voor ze mij gevonden had én ook om 7u20 aan te komen, twee minuutjes voor de trein ging vertrekken. Stress? Moi?! Extreem veel. In de trein was er nog tijd om wat te dutten en een beetje te lezen, en toen de trein eindelijk Katoomba binnenreed, was ik goed uitgerust en zeer goed op de hoogte van al de spinnen, slangen en andere mogelijke manieren om te sterven in de Aussie bush. Gelukkig was mijn girl scout vriendinnetje goed voorbereid en had ze opgezocht dat we in het politiebureau een S.O.S. beacon konden halen. Stress? Moi?! Iets minder. In het politiebureau meldden ze ons dat alle beacons al op waren, maar dat dat wel betekende dat er genoeg mensen rondom ons zouden zijn. Stress? Moi?! Echt een mirakel dat ik niet ter plekke gestorven ben aan een hartaanval.

Rond de middag konden we dan eindelijk vertrekken op onze tocht en ik moet zeggen, het was echt fantastisch. Ik heb echt een nieuwe liefde gevonden in hiken, en een soort van fuckboy relationship in kamperen. Het houdt mij ’s nachts wakker, is wel leuk voor even, maar je weet dat het niet voor altijd is. Zeker de eerste nacht was een mini-verschrikking. Het was wel waar dat er heel veel mensen de trek aan het doen waren, dus alleen waren we zeker niet. Helaas was het donker om 18u30 en ging iedereen gewoon meteen slapen. Geen gezellig kampvuurtje, geen mensen leren kennen, alleen maar me, myself, mijn  yogamat en mijn veel te koude slaapzak. Thank god for spooning en goed voorbereide scouts.

Helaas zijn goed voorbereide scouts soms ook heel betweterige scouts. Iedereen die mij kent weet dat ik een zeer slechte planner ben. Ik laat het leven een beetje op mij afkomen en zie wel waar ik terechtkom. Een zeer leuke ingesteldheid in het leven vind ik zelf, maar niet iets wat heel geweldig is midden in de wildernis – de dingen die daar op je afkomen zijn namelijk potentieel dodelijk. Ik liep daar dus maar een beetje te kutten op die kampeerplekken, terwijl de Nederlander vuurtjes maakte, eten klaarmaakte, hout sprokkelde en tegen mij liep te zagen over alle dingen die ik verkeerd deed. Ze vond dat ik de tent niet juist opzette, omdat ik eerst de haringen erin stak en dan pas de stokken. Of omgekeerd, boeien. De tent stond recht en dat was toch het belangrijkste? Dan vond ze het erg dat ik geen hout wou sprokkelen, maar ik had al honderd keer vermeld dat ik nog liever geen vuur had, dan hout moeten oprapen in de schemering – hàllo, daar zitten dus wel al de vieze beesten op, zot! Mijn favoriete moment echter was toen ik onder mijn voeten kreeg omdat ik altijd vragen stelde aan de leuke mensen die we tegenkwamen. ‘Is het nog ver?’, ‘Is het nog veel bergop?’, ‘Zitten hier veel dodelijke beesten?’ waren voor mij gewoon leuke en nuttige convos, maar voor haar was dat signaleren aan de anderen dat we niet wisten waar we mee bezig waren. ‘Alles staat in het boek,’ snauwde me ze toe, ‘mensen gaan denken dat we twee onervaren blondjes zijn die niet weten wat ze doen.’ Raad eens wie twee duimen heeft, blond is en geen fuck ervaring heeft met kamperen (in Australië): this girl.

Praten met andere, ervaren Australiërs stelde mij gerust en hoe veel ze er ook over kloeg, daar kon ze niks aan veranderen. Ik heb enorm veel respect voor haar scouting skills en de kennis die ze heeft over dieren en planten, maar zij was ook maar gewoon Nederlands. Het ergste dier dat je in Nederland kan tegenkomen, is een wild varken. De ergste beten die je kan oplopen zijn niet van brown snakes of funnel-web spiders, maar van teken. Ik ben gewoon blijven praten met iedereen die ik tegenkwam, en het heeft ons veel opgeleverd. Een zeer vriendelijke dame heeft mij pilletjes gegeven om regenwater te filteren opdat we altijd genoeg te drinken zouden hebben. Toen een groepje Aussie meisjes opmerkte hoe gezellig de Nederlandse haar kampvuurtje was en dat ze zelf geen zin hadden om eentje te maken, zei ik dat ze best welkom waren rond het onze (lees: het hare). Zij zijn dan enthousiast hout gaan sprokkelen om zo bij te dragen aan het vuur. Indirect hout sprokkelen like a boss noem ik dat. Geef mij maar een Girl Scout Medal of Honor voor veel babbelen en in de ‘verkeerde’ volgorde tenten op zetten. Scouts of the world, you do you and let me just do fucking me en dan zijn we allemaal content.

Comments

comments