Robotisering biedt kansen aan ondernemerschap

Sportartikelenfabrikant Adidas kondigde recent aan dit jaar nog te willen beginnen met de verkoop van de eerste schoenen die volledig in Duitse fabrieken in elkaar gezet zijn door robots. Meer dan twintig jaar nadat Adidas een punt zette achter de productie in eigen land om ze naar Azië te verhuizen, start de groep dit jaar zowel in Duitsland als in de Verenigde Staten een “snelheidsfabriek” op die de productie zal toevertrouwen aan robots. Zowel de Europese als de Amerikaanse fabriek zullen binnen afzienbare tijd dus onbemand een half miljoen schoenen per jaar maken. Ook concurrent Nike werkt naar verluidt naarstig aan de ontwikkeling van door robots aangestuurde fabrieken. Ongetwijfeld zullen nog tal van andere fabrikanten uit de schoenen- en kledingindustrie dit voorbeeld volgen.

Het is een ontwikkeling die ondernemers zou moeten wakker schudden en hen zou moeten aanzetten om na te denken over wat in de wereld gaande is. Het terughalen van de productie naar door robots bemande fabrieken, is natuurlijk een signaal dat robots ook in de zogenaamde lageloonlanden de productie zullen overnemen. Recente cijfers geven aan dat het vijftig jaar heeft geduurd voor wereldwijd één miljoen industriële robots in gebruik waren en dat het maar acht jaar zal duren eer het volgende miljoen in gebruik zal zijn genomen. China neemt bijvoorbeeld meer industriële robots in gebruik dan eender welk ander land ter wereld. Voor miljoenen mensen die nu in landen als China, Indonesië en Vietnam voor Adidas, Nike en diverse andere grote westerse merken werken, betekent dit ook dat ze hun traditionele job zullen verliezen. In discussies over robotisering hebben we altijd de neiging om enkel aan de werkgelegenheid in de westerse economie te denken. We mogen echter niet over het hoofd zien dat de robotisering ook het traditionele ontwikkelingsmodel van de ontwikkelingslanden bedreigt. Volgens de Verenigde Naties worden twee derden van de jobs uit de ontwikkelingslanden bedreigd door de automatisering. Volgens de Duitse robotmaker Kuka, die vorig jaar is overgenomen door het Chinese Midea, kost een industriële robot aan fabrikanten vijf euro of dollar per uur, terwijl een Duitse werknemer 50 euro of dollar per uur kost en een Chinese tien euro of dollar.

Eén en ander maakt duidelijk dat traditionele jobs wereldwijd op de helling staan. Betekent dit dat we pessimistisch moeten zijn? Nee. Ondernemerschap kan voor oplossingen zorgen. Sterker nog: het zullen vooral ondernemers zijn die met hun ideeën voor een betere wereld kunnen zorgen. Het trendwatchingbureau Trendwatching dat in Nederland is opgericht door Reinier Evers maar ondertussen wereldwijd actief is, vraagt zich in een recent rapport af wat de huidige onzekerheid in de wereld allemaal betekent voor merken en retailers. Het rapport zet eerst nog eens de politieke aardverschuivingen van vorig jaar op een rijtje,  en besteedt ook aandacht aan de wereldwijde vrij forse opgang van het populisme. Daarnaast wijst het bureau erop dat “post-truth” door the Oxford Dictionary is verkozen tot woord van het jaar en dat het algemene vertrouwen in politici, media en de zakenwereld teruggevallen is tot het laagste niveau ooit. De vertrouwenscrisis bij consumenten als gevolg van fenomenen zoals de enorme ongelijkheid, de massamigratie en de opgang van “post-truth” en fake nieuws zal er niet onmiddellijk mee van de baan zijn.

Het is daarom dat grote merken, net zoals retailers, vooral moeten inzetten op wat het bureau “truthful consumerism” noemt. Volgens David Mattin, Global Head of Trends & Insights, staat die term voor geloof in innovatie en de kracht van vernieuwing. De organisaties die vroeger een baken van vertrouwen waren zoals de Kerk, de politiek, en de banken zijn van hun voetstuk gedonderd en mensen hebben meer dan ooit behoefte aan houvast – en hoe verrassend dat misschien klinkt, dat houvast zou wel eens van ondernemers kunnen komen.

Die krijgen, onder meer door ontwikkelingen zoals bij Adidas, een unieke kans om aan te geven waarin ze geloven en hoe ze het willen aanpakken om van de wereld een betere plaats te maken, waarin het vertrouwen in instellingen, maar ook in de menselijke relaties tussen individuen weer toeneemt.  Transparantie, duidelijke doelstellingen, tolerantie en positieve impact zijn kernwoorden voor “truthful consumerism”.   In een video legt Mattin uit waarom de wereld, in tegenstelling tot wat we zouden verwachten, bijna niet anders kan dan afstevenen op meer tolerantie. Ondernemers die deze boodschap van tolerantie uitdragen, kunnen bij consumenten die al hun vertrouwen kwijt zijn hoge ogen gooien. Daar liggen de echte kansen voor ondernemers. Voorwaarde is wel dat ze surfers worden die meesurfen op de golven van de technologische en maatschappelijke  trends. Zich afsluiten en muren bouwen heeft geen zin.

Het is belangrijk met een brede blik naar de wereld te kijken. Dat besefte meubelgigant Ikea wanneer het Space 10 oprichtte, een extern innovatielabo dat permanent bezig is met het stellen van vragen over de toekomst; vragen die te maken hebben met de door Unicef aangegeven ontwikkeling dat over 30 jaar 70 procent van de mensen op aarde in de stad zal wonen. Welke gevolgen zal dat hebben voor voeding? En voor wonen? Hoe wil Ikea zich daarop voorbereiden?  Alle ondernemers doen er daarom goed aan zich niet op te sluiten, maar verder te kijken dan de eigen sector, bezig te zijn met wat in de wereld gaande is, en creatief na te denken over hoe ze zelf aan wereldverbetering kunnen doen. Het zou wel eens meer kunnen opleveren dan ze zelf denken.

 

Comments

comments