Interview: Mark Eyskens – “Ik wil pas met pensioen gaan na mijn dood”

Op zaterdag 29 april 2017 werd Mark Eyskens 84 jaar, maar hij oogt nog altijd even vitaal en kwiek, zit strak in het pak, draagt een op maat gemaakt hemd met de initialen M.E. netjes op het borstzakje genaaid, en werkt elke dag minutieus een nog altijd overvolle agenda af. Daarnaast blijft hij als een echte creatieve duizendpoot schrijven en schilderen. Ondanks een indrukwekkende politieke en academische carrière blijft hij een meester in de zelfrelativeringskunst en kijkt hij met een verrassend open blik naar alle ontwikkelingen in de maatschappij. “Zelfs als elke dag 72 uur zou hebben, zou ik me geen seconde vervelen”, zegt hij.

Een passie voor muziek, literatuur en schilderkunst

De gewezen premier die ook in talloze regeringen minister was van economie of van buitenlandse zaken, staat bekend als een niet-onverdienstelijke amateurschilder, maar evengoed als iemand die zijn schilderkunst goed weet te relativeren. “Die schilderijen zijn al vaak aan bod gekomen”, vertelt hij in zijn bekende heldere stijl, “maar muziek is eigenlijk mijn grootste passie. Het staat voor mij buiten kijf dat dit de meest transcendente en grensoverschrijdende kunstvorm is. Ik heb een verzameling van meer dan 1.000 cd’s. Ik ben dankbaar dat ik in mijn leven heel veel heb kunnen doen, maar ergens knaagt het toch dat ik nooit een instrument heb leren bespelen. Onlangs had ik in een winkel in Parijs een softwareprogramma in handen met als titel “comment apprendre à jouer au piano en un weekend?”. Ik heb lang getwijfeld of ik het zou kopen of niet, maar ik heb het uiteindelijk niet gedaan. Misschien doe ik dat later nog wel eens.” Het typeert Mark Eyskens, nog altijd even leergierig als aan het begin van z’n carrière.

“Literatuur is mijn tweede grote passie. Ik ben een enorme veellezer, maar ik schrijf ook graag. Toen ik op het college zat, droomde ik er eigenlijk van om naam te maken als schrijver. Om een soort Vlaamse Steinbeck, Cocteau of Sartre te worden. Maar ik besefte na mijn humaniora ook dat ons land misschien te klein was om van mijn pen te kunnen leven. Uiteindelijk ben ik dan economieprofessor geworden en daarnaast in de voetsporen van mijn vader ook politicus. Maar ik heb toch ook altijd heel graag geschreven. Ik heb 53 boeken gepubliceerd, bijna evenveel als Herman Brusselmans en meer dan Pieter Aspe.”

Foto: Damon De Backer

De politiek is trouwens niet het enige domein waarin Mark Eyskens in de voetsporen van zijn vader Gaston trad, die zes keer Belgisch premier was. “Ook mijn passie voor schilderen heb ik inderdaad van hem geërfd. Met mijn gootmoeder is hij tijdens de eerste wereldoorlog gevlucht naar Nederland. Hij leerde er schilderen in de stijl van de Hollandse school en hij kon enkele van de grote meesters enorm goed kopiëren. Ik herinner me veel bewonderende blikken van bezoekers in ons huis omdat ze meenden een Rembrandt of een Vermeer te herkennen, maar het waren kopieën die mijn vader had gemaakt. Hoe dan ook, op het college tekende ik vaak met houtskool, en ik herinner me dat ik eens ongelooflijk blij ben geweest toen iemand me een boek gaf met foto’s van alle historische gebouwen in Leuven. Die heb ik dan nagetekend en dat verschafte me veel plezier. Ik ben dan later beginnen te schilderen met waterverf, maar dat was heel moeilijk. Ik ben daarom overgeschakeld op olieverf en nu schilder ik steeds vaker met acryl. Schilderen is altijd een zeer goede ontspanning geweest om mijn hoofd vrij te maken. Ik werk niet met modellen, maar doe alles gewoon uit het hoofd. Ik begin meestal op een zondagmiddag, zet dan muziek op, zodat ik niets anders hoor en zes of zeven uur later moet het werk af zijn.” Mark Eyskens herinnert zich dat een werk van hem een enkele keer wel eens is verkocht voor iets meer dan 1.000 euro, maar voegt er dadelijk aan toe dat de meeste van de zowat 600 schilderijen die hij ooit maakte, zijn weggegeven als tombolaprijs op verkiezingsbals. “Ik heb 26 jaar in het parlement gezeten en dat betekent dat ik dus ook veel verkiezingen heb meegemaakt”, lacht hij. “Mijn schilderijen waren daar altijd welkom als prijs, en ook mijn vrouw vond het een goede zaak dat ze op die manier het huis uit raakten. Al moet ik zeggen dat ik ook enkele keren mijn werken heb kunnen tentoonstellen. Maar ik heb zelfkennis genoeg om te beseffen dat het allesbehalve om meesterwerken gaat. Dat hoeft ook niet, want schilderen verschaft me net als muziek en literatuur vooral plezier. Ik had ooit eens kunstpaus Jan Hoet op bezoek. Die keek wat meewarig naar al mijn schilderijen, waar hij niets aan vond. De resten olieverf die zich op een hoek van mijn werktafel hadden opgestapeld vond hij wel interessante kunst.”  Mark Eyskens zelf bewondert vooral de surrealisten. “Magritte en Dali vind ik fantastisch. En natuurlijk ook Paul Delvaux, die ik als gevolg van een familieband trouwens vaak persoonlijk heb ontmoet.”

Pleidooi voor meer openheid

Dat Mark Eyskens op zoveel terreinen actief en productief is, mag voor de buitenwereld misschien verrassend zijn, zelf vindt hij het kennelijk de normaalste zaak ter wereld. “Zelfs als ik drie levens had, zou ik nog niet alles kunnen doen, wat ik graag doe”, zegt hij. De vraag of zijn brede interesses hem ook geholpen hebben in zijn academische en politieke carrière, beantwoordt hij volmondig affirmatief. “Ik vind dat soort kruisbestuiving inderdaad heel positief”, geeft hij aan. “Al moet ik eraan toevoegen dat zoveel zaken combineren tot voor enkele jaren kennelijk gemakkelijker was dan nu. Mensen lijken nu veel meer echt gedwongen te zijn om maar op één ding te focussen. In de academische wereld bijvoorbeeld staan professoren onder grote druk om zoveel mogelijk te publiceren. To publish or perish is daar tegenwoordig het ordewoord. Met als gevolg dat mensen zodanig onder druk komen te staan, dat ze volledig uit de bocht gaan, zoals we hebben gezien met de Nederlandse professor Diederik Stapel die moest toegeven dat hij talloze onderzoeken had vervalst of ze zelfs helemaal uit zijn duim had gezogen. Ook in de politiek is de druk flink toegenomen, met de media die er werkelijk elke seconde op zitten en de sociale media zoals Twitter, waardoor nieuws zich razendsnel verspreidt. Er is amper nog tijd voor de vaak broodnodige reflectie.” Precies omdat hij een brede helikoptervisie zo belangrijk vindt, richtte Mark Eyskens in de jaren negentig aan de universiteit van Leuven het programma Lessen voor de XXI-ste eeuw op. “Het is een horizontaal programma dat over alle faculteiten heen loopt en dat heel wat succes heeft”, vertelt hij niet zonder trots. “Interdisciplinariteit is enorm belangrijk. Je hoort mensen tegenwoordig toch om de haverklap zeggen hoeveel waarde ze hechten aan het zogenaamde out of the box denken. Welnu, één van de essentiële voorwaarden om dat te leren is verder durven kijken dan je neus lang is. Ik juich het dan ook sterk toe dat studenten tegenwoordig alles met alles kunnen combineren.  Onze leiders van morgen moeten volgens mij niet alleen een gespecialiseerde maar zeker ook een brede algemene kennis hebben. Ons onderwijs is zeker niet slecht, maar het ontbreekt toch soms nog aan inzicht in synthese. Twee vakken zouden daar sterk kunnen toe bijdragen en ik pleit er dan ook voor dat daar meer aandacht voor zou komen. Ik heb het in de eerste plaats over comparatieve beschavingsgeschiedenis. Dat zou veel lacunes kunnen opvullen. Het zou mensen beter kunnen doen inzien dat de dominantie van de Verenigde Staten en Europa in de laatste twee eeuwen geen verworven recht is, dat er periodes geweest zijn dat andere beschavingen veel verder stonden dan die van het westen en dat we bijvoorbeeld ook heel veel te danken hebben aan uitvindingen van de Arabieren zoals de sextant en de algebra. En daarnaast zouden alle studenten die morgen onze maatschappij in goede banen zullen moeten leiden zich ook meer dan nu het geval is moeten verdiepen in filosofie.”

Foto: Damon De Backer

Welke toekomst voor Europa?

Mark Eyskens geeft met zijn pleidooi voor meer openheid en een brede visie ook aan dat hij het niet begrepen heeft op eng nationalisme. “Verdeeldheid zaaien en polariseren – iets wat we nu vaak zien opduiken – is niet de oplossing voor de huidige maatschappelijke en economische problemen”, zegt hij daarover. “Gelukkig zie ik ook ontwikkelingen die juist in de andere richting gaan. Denk maar aan fenomenen als crowdsourcing. Het is voor mij een evidentie dat velen meer weten dan één en dat we juist moeten streven naar meer openheid en samenwerking op alle vlakken. In één van mijn laatste boeken geef ik aan dat we nu in een tijdsgewricht zitten dat duidelijk bewijst dat drie grote stromingen die de afgelopen eeuw aan de orde zijn geweest – het collectivisme, het liberale kapitalisme en de christendemocratie – hebben afgedaan. De visie van Marx is totaal achterhaald, want niet arbeid en kapitaal vormen de basis van de vooruitgang maar wel menselijke kennis. Het wilde kapitalisme, waarbij een CEO van een multinational als hij ’s morgens bij het scheren in de spiegel kijkt, zelfvergenoegd verklaart dat in zijn rijk net als bij Keizer Karel de zon nooit ondergaat, is duidelijk ook op een grens gebotst. Oligopolies die alle macht bij zich concentreren zijn gevaarlijk. En het almaar toenemende individualisme dat we de laatste jaren hebben gezien is duidelijk niet te rijmen met de christelijke boodschap. Het bewijst allemaal dat we moeten leren dat alles veel meer een én-én verhaal is dan een verhaal van of-of. Inclusie moet veel meer in de plaats komen van uitsluiting. Ik zeg altijd dat de aarde vast en rond is, maar dat we veel meer moeten leren dat de wereld vlak en vloeibaar is. Let op! Ik heb als politicus bij de totstandkoming van de monetaire unie, die ik vanop de eerste rij heb meegemaakt, ook fouten gemaakt. Net als andere politici heb ik de impact onderschat van de snelle en explosieve groei van de Europese Unie naar 28 lidstaten. Wij hebben als politici ook onvoldoende aan de bevolking duidelijk gemaakt welke gevolgen de Europese eenmaking kon hebben. Maar gedane zaken nemen geen keer. Je moet in het leven altijd vooruit kijken. Daarom moeten we met z’n allen zoeken naar oplossingen voor de ergste economische crisis sinds jaren. Ik ben er ook van overtuigd dat die er zijn. Het komt er vooral op aan de consumenten weer vertrouwen te geven. De politici van nu kunnen een belangrijke stap zetten als ze een bankstatuut geven aan het nu bestaande Europese noodfonds en pakweg 3.000 miljard euro ophalen. Met de garanties van de verschillende lidstaten kan dat geen probleem zijn. Dat geld kan Europa dan gebruiken om een tweesporenbeleid te volgen met enerzijds besparingen en anderzijds forse investeringen in onder meer infrastructuur, innovatie en een groene economie. Ook een tweede begroting voor de 17 landen van de monetaire unie naast een algemene Europese begroting voor de volledige Europese Unie zou ongetwijfeld een stap in de goede richting zijn. Ik blijf alleszins optimistisch en ik vertrouw erop dat de politici uiteindelijk de juiste stappen zullen zetten. Wat we immers tot elke prijs moeten vermijden is natuurlijk dat in landen als Portugal, Italië, Spanje en Griekenland, die echt nog geen lange democratische traditie hebben, dictatoriale regimes opnieuw een kans zouden krijgen. Want dat zou nog voor een veel grotere Europese crisis zorgen dan deze die we nu meemaken. Met openheid en samenwerking kunnen we volgens mij wel op korte termijn de moeilijkheden achter ons laten.”

Comments

comments