Ik ben terug van vakantie! Lekker uitgerust, toch een beetje gebruind en vooral vol verhalen over fantastische belevenissen. Mijn allerliefste vriendinnetjes zijn helemaal naar de andere kant van de wereld gevlogen om mij te bezoeken en om samen grootse avonturen te beleven. Na ongeveer honderd vragen over koala’s echter, begon ik te vermoeden dat ze toch eerder naar hier gekomen waren om die little balls of fur vast te houden, maar soit, dat zijn details.

De eerste week sliepen ze bij mij thuis, en trokken ze er overdag alleen op uit terwijl ik
braafjes naar mijn werk ging – ah, adulting, echt wijs. Ze deden al de classics: Opera House, Harbour Bridge, whale watching, en onnoemelijk veel fast food eten. Ik daarentegen deed community management en content creation en telde de dagen af tot we aan ons avontuur konden beginnen. Na elkaar nog een weekje te moeten missen – en de madammen surflessen namen en chillden op het strand – zagen we elkaar eindelijk weer in Brisbane. Key epic intro voor twee weken zalige vakantie.

Australië is echt prachtig. Dat klink zo belachelijk coming from iemand die hier al zes
maanden woont, maar veel verder dan Sydney ben ik nog niet geraakt – tenzij Canberra, dat trouwens echt een fucking saaien boel is, maat. Eindeloze, parelwitte stranden, prachtige fauna en flora (maar vooral flora, fuck die spinnen), en eindeloze oceanen. We deden hikes, lagen op het strand, en vooral, gingen snorkelen in the Great Barrier Reef. Hands down het zaligste dat ik (tot nu toe) ooit gedaan heb. Voor twee seconden was ik echt bang. Wat als ik ineens niet meer kon zwemmen? Zouden de life guards zien dat tussen de andere vijftig mensen daar, ik misschien meegezogen zou worden in een rip? Zeer onwaarschijnlijk, ja, maar vreemdere dingen zijn al gebeurd. Na een paar keer diep inademen, sprong ik van het platform af, en ineens zwom ik tussen prachtige vissen, naast onbeschrijfelijk koraal én met gigantische zeeschildpadden.

De dag erna hadden we nog een tripje gepland, deze keer naar de prachtige Whitsundays
eilanden. Opnieuw gingen we snorkelen en deze keer was het bijna nog prachtiger dan
ervoor, alleen is er daar iets zotkut gebeurd. Toen we van de boot sprongen om te zwemmen met nog meer vissen dan de dag ervoor, ging een van de begeleiders mee in een klein bootje om de vissen te voederen; een van die vissen zijnde een gigantische Napoleon something something. Toen ik ‘George’ ineens onder mij zag zwemmen, verschoot ik zo hard dat ik iets à la HOLY SHIT uitstootte. De kerel die mee was in het bootje, had mij gehoord en vond het grappig om een groot stuk aas naar mij te gooien, zodat ik George van nog een beetje dichter zou kunnen bewonderen. Helaas dacht George dat mijn hand deel van de snack was, en beet hij mij – en fucking hard. Ik heb nog steeds het litteken op mijn hand. Halvelings (zeer neig) in paniek, hijste ik mij dan maar in het bootje; ik had er wel genoeg van. Nog nooit is zoiets gebeurd – like, ever – maar iemand moet de eerste zijn, I guess. Mijn nichtje had gelijk toen ze zei dat ik letterlijk alles kan aantrekken, behalve een goe lief. Nu is het een goed verhaal, maar ik moest toen heel hard mijn best doen om mijn snorkel niet vol te bleiten.

Nu, je zou denken dat dat toch wel genoeg incident was voor één reis. Think again. Onze volgende activiteit was skydiven. Een beetje een impulse decision, maar bijna iedereen die naar Australië komt, vindt het nodig om uit een vliegtuig te springen, dus waarom wij niet? Er waren twijfels, er waren momenten dat we bijna gingen afbellen, maar maandagochtend
stonden we op at the crack of dawn om uit een vliegtuig geduwd te worden. Long story short: het staat ergens in de Top 3 van mijn lijst ‘Dingen Die Ik Fucking Nooit Nie Meer Doe’. Ik was niet echt bang, daar niet van. Je arriveert, ze tonen je een filmpje, hijsen je in een harnas, duwen je in een busje en voor je het weet zit je aan de deur van het vliegtuigje, twee seconden verwijderd van naar beneden storten. De vrije val was best leuk, maar het actual vliegen was niet fijn. De impact van de parachute openen, is zo ongelofelijk pijnlijk aan je lies. Kwam daar nog eens bij dat het harnas mijn boobs echt for dear life aan het pletten was. Toen ik dat aan mijn instructeur meldde, zei hij dat hij dat zou proberen fixen, maar het klonk zo beangstigend dat ik al mompelde: “Weet ge, laat maar.” Ik was misselijk, zo zo ongelofelijk mottig. Niet dat het veel uitmaakte, twee seconden later zag ik zwarte vlekjes verschijnen en ik dacht “Oh my god, sebiet val ik hier nog flauw.” Fast forward naar ongeveer 20 seconden later wanneer ik mijn begeider hoor zeggen: “Lauren, are you there? Lauren? Lauren!” – hij had duidelijk niet goed opgelet toen ik mijn naam zei. Ik was dus effectief flauwgevallen. Gelukkig was ik net op tijd bijgekomen voor de landing, en een klein minuutje later stonden we weer met beide voetjes op de grond. Worst part? Hij had het niet eens gefilmd; daar ging mijn kans om een viral Loser Who Faints During Skydive internet celebrity te zijn. Nee, dat is overdreven, ik zou zeggen dat toch het effectie flauwvallen the worst part was.

Onze laatste dagen dan, deden we chille, non-gevaarlijke dingen. Kangoeroes knuffelen,
koala’s bezoeken en mooie wandelingen maken. Afscheid nemen van mijn vriendinnetjes was vreselijk, maar het was leuk mij eventjes terug thuis te voelen. Op naar het volgende
avontuur, I guess.

Comments

comments